Over muizen en ratten

In mijn online natuurdagboek meldde ik een poosje geleden dat we een zieke egel in de tuin hadden die de longen zowat uit zijn lijf hoestte. Bij longworm, die bij egels voorkomt, is dit een nare situatie. De egel zocht zijn toevluchtsoord in een houtstapel en ik voerde hem elke avond met wat meelwormen, kattenbrokjes en speciaal egelvoer vol vitaminen en mineralen. Niet teveel want dat zou ook niet goed zijn. Het hoesten werd steeds minder, dat was een goed teken al steeg er uit de houtstapel van tijd tot tijd toch nog wel een flinke hoestbui op. Waren het geen paringsgeluiden, werd me meermalen gevraagd? Nee hoor, die herken ik wel, egels kunnen inderdaad spookachtige geluiden maken als ze bronstig om elkaar heen lopen. Al een week of twee hoorde ik helemaal geen gehoest meer maar het voerbakje voor de egel is was 's ochtends wel leeg gegeten. Ik begon me wat onbehaaglijk te voelen want hoewel ik tegen schemer een paar avonden een poosje buiten bleef, zag ik nooit de egel en ik realiseerde me dat ik ook geen kenmerkende uitwerpselen op het gras aantrof. De twijfel begon te knagen en een paar dagen geleden besloot ik een stoel neer te zetten op korte afstand van de houtstapel, en zodanig dat ik het voerplekje in zicht had. En ja hoor, toen begon de film zich af te spelen.


Ik hoorde in de border ritselgeluidjes die wezen op zoogdierpootjes. Ik hield me doodstil en bleef onbeweeglijk staan te wachten. Plotsklaps verscheen een muizenkopje en werd er wat  meegenomen. Het raadsel werd opgelost: er was geen egel meer en de bosmuizen kwamen tegen de avond hun gratis maaltje ophalen.

Diezelfde avond trof ik ook nog een woelmuizenkind aan in de gang, dat was blijkbaar naar binnen geglipt toen ik voor het huis buiten bezig was geweest. Ik zette de voordeur voor hem open en bleef wachten. Ze zijn zo schattig, die muisjes, nooit snap ik dat mensen er zo bang voor zijn. Aandoenlijke koppies, zachte velletjes en razendsnel, dat wel. En wie was niet dol op de boekjes over de aangeklede Vera de Muis? Al meteen rook het muisje de buitenlucht, kwam aangelopen vanuit een hoekje onder de kapstok, bleef nog een paar tellen zitten en trippelde toen resoluut naar buiten. Wij zijn in deze bosrijke streek gewend aan muizen, ze horen bij deze omgeving. Gedurende de winter zitten ze in menig huis, op zolder waar ze aan tuinkussens of tenten knagen, in de kelder waar allerlei eetbaars staat, en ook in de garage waar je op de gekste plekken hun zelf gefabriceerde nestjes vindt die ze maken van alles wat ze vinden kunnen en wat maar zacht en warm is. We weten niet beter.


Ik heb een paar avonden met mijn stoel voor de muizenvoerplek gezeten en zitten toekijken. Zolang ik maar doodstil bleef zitten en het geluid van de camera had uitgeschakeld, leek de muis me niet in de gaten te hebben. Op een avond bleek dat de muis een moedermuis was die onder de houtstapel ook nog een kind had. Opeens kwam de jonge muis met moeder mee, het was een schattig gezicht. Maar ja, bedacht ik me opeens, wie weet zitten hier in de tuin ook wel ratten die op een lekkere hap uit zijn.


Die ochtend had ik in de krant een groot stuk gelezen over de serieuze zorgen die er blijken te bestaan over de enorme toename van ratten in ons land. Van zowel de gevreesde zwarte die berucht is vanwege het overbrengen van ziekten, alsook de bruine rat. De rat wordt onherroepelijk geassocieerd met narigheid en als een persoon als "een vuile rat" wordt neergezet, nou dan weet je dat het goed mis is! Dat er net zoveel ratten als inwoners van Nederland zijn, wist ik al wel, maar niet dat ratten in aantallen onrustbarend snel toenemen.

Wij hebben er gelukkig nooit mee te maken gehad maar er zijn plaatsen in ons land waar deze dieren bij wijze van spreken "voor je voeten lopen". Onlangs zag ik ook een documentaire over rattenplagen in Australië, die qua schikbeeld met geen pen te beschrijven zijn. De bewoners van boerderijen moesten er vluchten, vee in stallen en kippen op stok werden door de ratten aangevreten, brrrr. En dat allemaal door schepen van ver die lang geleden die beesten op het land brachten.
Ik ben toch maar gestopt met het voeren van ons tuinvee, hoe leuk het ook was. Trouwens, er valt toch ook genoeg te oogsten in de natuur.

Juni 2019





Mijn tuin, plek van herinnering en ontmoeting

Al een halve eeuw heb ik dezelfde tuin. Toen ik er kwam wonen, lag er een leeg stuk grond om het huis en ik vulde dat beetje bij beetje met wat ik er graag in wilde hebben. Ik zaaide, stekte, kreeg en kocht allerlei planten en struiken zodat de tuin helemaal begroeid werd met wat ik zelf mooi vond. Natuurlijk kwam er ook een vijver want zonder water is een tuin niet compleet. De vijver is een biotoop op zich, met salamanders, kikkers, poelslakken, watertorren en allerhande grut. Soms verschijnt er zelfs een ringslang, geweldig! Het is een plek waar ik tot rust kom en kan genieten van de libellen en waterjuffers die in de lente opstijgen uit het water, waar insecten komen drinken en vogels komen badderen.


De bodem is de baas en bepaalt wat er wel en niet in de tuin wil groeien, door schade en schande werd ik wijs. Veel mooie planten die ik op mijn tuinclubreizen aanschafte, bleken het op de Veluwse zandgrond niet naar hun zin te hebben, andere bleken hun eigen dominante wegen door en over de bodem te zoeken en moesten verdwijnen. Door de jaren heen ontstond zo steeds een beetje meer "mijn tuin". Ik herken in het voorjaar elk plantje dat boven de grond komt en ontmoet er in gedachten heel veel mensen doordat ik nog precies weet welke plant ik van wie kreeg.
Zo kom ik wanneer het Schildersverdriet binnenkort weer gaat bloeien mijn vader tegen die al 20 jaar geleden overleed. En ook Marie-Louise die mij vast niet aardig vond en mij Heksenkruid cadeau deed. Het woekerende ding is niet meer weg te krijgen en graait met lange witte hebberige vingers door de grond. De kaardenbollen doen me denken aan Leny. Ook zij is helaas een vriendin uit het verleden geworden, maar de nazaten van haar plant verschijnen nog altijd. Lumine die haar tuin moest opgeven en mij wat van haar bijzondere schatten gaf die ik met grote zorg koester.


Joop, die nooit namen weet maar het heeft over "pluizenbollen of "paarse jongens". Als ik er over nadenk zijn het er onderhand heel veel die ik door het bloeiseizoen jaarlijks ontmoet in mijn tuin: Joke, Jeanette, Coby, Ada, Stella, Hermien.... Het mooie ervan is dat ik niemand kan vergeten doordat ik ze jaar na jaar op deze wijze weer tegenkom en aan ze denk. Sommigen van hen maken gelukkig nog altijd deel uit van mijn leven.


Mijn tuin is ook mijn leerschool, een doorlopende biologieles. Ik zag en zie er telkens weer andere insecten, zoek hun namen op en ontdek wat relaties zijn tussen planten en dieren. Daardoor wordt een tuin boeiend en aan die ontdekkingstochten raak je verslaafd. Ik begon alles te fotograferen en kreeg zoveel tuinplaatjes dat ik er maar eens iets mee moest gaan doen. Zo ontstond mijn natuurwebsite die ik nu al elf jaar vul met foto's en wetenswaardigheden; het is echt een verrijking om je liefde voor de natuur met anderen te kunnen delen.
Een tuin waarmee je bevriend raakt, wordt een geluk en inspiratie voor het leven.

Voorjaar 2019



Niet langer 5 voor 12

Ik begin wat gedemotiveerd te worden waar het dit natuurdagboek betreft. De natuur om mij heen wordt zichtbaar schraler en waar de onderwerpen eerder voor het oprapen lagen, moest ik dit jaar  op zoek gaan. Waren tuin en volkstuin eerder ware bronnen van inspiratie, ik vond ze er niet meer.

Het aantal insecten wordt duidelijk steeds minder. De uitkomsten van het grote Duitse onderzoek van vorig jaar bevestigde wat ik in eigen omgeving al waarnam: 75% van de insecten is in de afgelopen 30 jaar verdwenen. Al een paar zomers en winters merkte ik dat er minder vogels in onze tuin waren, niet alleen in aantallen maar ook en vooral in soorten. Het feit op zich werd bevestigd door onderzoek dat aan het licht bracht dat in dertig jaar tijd 20% van de vogels in NW-Europa verdwenen was door toedoen van de mens. Een equivalent van 421 miljoen individuen, zo meldde Vogelbescherming vorig jaar. En door ander onderzoek is op de Veluwe vastgesteld dat het hier nòg slechter gaat met de vogels, als gevolg van kalkgebrek dat weer het gevolg is van teveel C0² uitstoot. De eierschalen van vogels breken daardoor vaak al in het nest, of de eieren verdrogen voortijdig en de nestjongen die het toch presteren om uit de eieren te komen, zitten soms met gebroken botjes onder de vleugels van hun ouders.
 

Vorig jaar hadden we slechts een enkel broedgeval, dat van een merelpaar. De jonge, net uitgevlogen mereltjes stierven onder mijn ogen doordat ze in de steek gelaten werden door de man merel nadat de vrouw niet meer verscheen. Wellicht door het desastreuze usutuvirus. Het was het enige broedgeval van dit jaar in onze tuin. Geen lijsters, geen heggenmusjes, geen mezennestjes. Hoe triest kan het zijn! Jaar na jaar werd in het voorjaar in onze tuin het aantal paarlustige kikkers minder en de afgelopen lente schitterden ze door afwezigheid. Ook elders in mijn omgeving werd dit fenomeen gemeld. In het bos op de Veluwe stierven afgelopen winter veel zwijnen als gevolg van voedselgebrek want bijvoeren wordt de dieren bewust onthouden, ook al vermeldt de faunawet dat het in extreme omstandigheden wel mag. De droogte leidde er weer toe dat veel zeugen in te slechte conditie aan het voortplantingsseizoen begonnen en hun biggen - als ze die al kregen - niet genoeg melk konden geven. Het was afschuwelijk dieren tegen te komen die nog net niet dood waren of al gestorven.


 Wandelaars zien de laatste tijd nauwelijks nog wilde zwijnen in mijn wandelbos Hof te Dieren aan de Oost-Veluwezoom. Het is raadselachtig wat daarvan precies de oorzaak is. In vroegere jaren zag je in lente en zomer altijd wel een rotte zwijnen met biggen lopen, tegenwoordig laten ze zich niet meer zien en het valt elke wandelaar op. Nu de jagers de vrije hand gekregen hebben jaarrond zwijnen af te schieten i.v.m. de hier nog niet aanwezige, maar wel gevreesde Afrikaanse varkenspest, zal de spoeling alleen maar dunner worden.De klimaatverandering begint nu ook haar tol te eisen, zo werd deze zomer duidelijk. Hoogveengebieden dreigen verloren te gaan door de droogte, vissen, de larven van kikkers en padden e.a. stierven massaal in droogvallende sloten en plassen. Bomen hadden het zwaar door de veel te lage grondwaterstand en vogels kwamen in de problemen doordat de regenwormen diep de grond in kropen.



Veel vlinders bleken niet bestand tegen de extreme hitte van deze zomer en stierven. Die het wel overleefden vonden geen waardplanten om hun eitjes op af te zetten omdat die verdroogd waren, hetgeen weer een negatief effect heeft op de vlinderpopulaties van volgend jaar. Weerkundigen voorspellen dat dit de norm gaat worden in ons land. Maar wat zou eigenlijk de toenemende elektromagnetische straling voor het dierenleven betekenen, of het fijnstof waaraan in ons land jaarlijks 8.000 mensen overlijden? Dat zal toch niet alleen mensen treffen!

 Waar wil ik heen met dit relaas: door de merkbare en zichtbare afname van de biodiversiteit liggen de mooie natuurfragmentjes niet langer voor het oprapen maar moet er naar gezocht worden, vaak nog zonder ze te vinden. Dat is zó ontmoedigend! Het is niet langer 5 voor 12, het lijkt al te laat voor het milieu. Heel wat jaren heb ik dit natuurdagboek met veel plezier bijgehouden en al doende ik heb er zelf ook veel van geleerd, maar het kost me steeds meer moeite het tegenwoordig te vullen zonder frequent in herhalingen te vervallen en dat lijkt me voor de lezers ook niet leuk. Ik moet me dus gaan beraden op de vraag hoe ik hier mee om moet gaan, of ik ermee moet stoppen, of misschien op een andere manier.... Voorlopig blijf ik het nog proberen, de natuur is mijn passie dus blijf dus niet geheel weg van dit dagboek.

21 december 2018