Mijn tuin, plek van herinnering en ontmoeting

Al een halve eeuw heb ik dezelfde tuin. Toen ik er kwam wonen, lag er een leeg stuk grond om het huis en ik vulde dat beetje bij beetje met wat ik er graag in wilde hebben. Ik zaaide, stekte, kreeg en kocht allerlei planten en struiken zodat de tuin helemaal begroeid werd met wat ik zelf mooi vond. Natuurlijk kwam er ook een vijver want zonder water is een tuin niet compleet. De vijver is een biotoop op zich, met salamanders, kikkers, poelslakken, watertorren en allerhande grut. Soms verschijnt er zelfs een ringslang, geweldig! Het is een plek waar ik tot rust kom en kan genieten van de libellen en waterjuffers die in de lente opstijgen uit het water, waar insecten komen drinken en vogels komen badderen.


De bodem is de baas en bepaalt wat er wel en niet in de tuin wil groeien, door schade en schande werd ik wijs. Veel mooie planten die ik op mijn tuinclubreizen aanschafte, bleken het op de Veluwse zandgrond niet naar hun zin te hebben, andere bleken hun eigen dominante wegen door en over de bodem te zoeken en moesten verdwijnen. Door de jaren heen ontstond zo steeds een beetje meer "mijn tuin". Ik herken in het voorjaar elk plantje dat boven de grond komt en ontmoet er in gedachten heel veel mensen doordat ik nog precies weet welke plant ik van wie kreeg.
Zo kom ik wanneer het Schildersverdriet binnenkort weer gaat bloeien mijn vader tegen die al 20 jaar geleden overleed. En ook Marie-Louise die mij vast niet aardig vond en mij Heksenkruid cadeau deed. Het woekerende ding is niet meer weg te krijgen en graait met lange witte hebberige vingers door de grond. De kaardenbollen doen me denken aan Leny. Ook zij is helaas een vriendin uit het verleden geworden, maar de nazaten van haar plant verschijnen nog altijd. Lumine die haar tuin moest opgeven en mij wat van haar bijzondere schatten gaf die ik met grote zorg koester.


Joop, die nooit namen weet maar het heeft over "pluizenbollen of "paarse jongens". Als ik er over nadenk zijn het er onderhand heel veel die ik door het bloeiseizoen jaarlijks ontmoet in mijn tuin: Joke, Jeanette, Coby, Ada, Stella, Hermien.... Het mooie ervan is dat ik niemand kan vergeten doordat ik ze jaar na jaar op deze wijze weer tegenkom en aan ze denk. Sommigen van hen maken gelukkig nog altijd deel uit van mijn leven.


Mijn tuin is ook mijn leerschool, een doorlopende biologieles. Ik zag en zie er telkens weer andere insecten, zoek hun namen op en ontdek wat relaties zijn tussen planten en dieren. Daardoor wordt een tuin boeiend en aan die ontdekkingstochten raak je verslaafd. Ik begon alles te fotograferen en kreeg zoveel tuinplaatjes dat ik er maar eens iets mee moest gaan doen. Zo ontstond mijn natuurwebsite die ik nu al elf jaar vul met foto's en wetenswaardigheden; het is echt een verrijking om je liefde voor de natuur met anderen te kunnen delen.
Een tuin waarmee je bevriend raakt, wordt een geluk en inspiratie voor het leven.

Voorjaar 2019



Niet langer 5 voor 12

Ik begin wat gedemotiveerd te worden waar het dit natuurdagboek betreft. De natuur om mij heen wordt zichtbaar schraler en waar de onderwerpen eerder voor het oprapen lagen, moest ik dit jaar  op zoek gaan. Waren tuin en volkstuin eerder ware bronnen van inspiratie, ik vond ze er niet meer.

Het aantal insecten wordt duidelijk steeds minder. De uitkomsten van het grote Duitse onderzoek van vorig jaar bevestigde wat ik in eigen omgeving al waarnam: 75% van de insecten is in de afgelopen 30 jaar verdwenen. Al een paar zomers en winters merkte ik dat er minder vogels in onze tuin waren, niet alleen in aantallen maar ook en vooral in soorten. Het feit op zich werd bevestigd door onderzoek dat aan het licht bracht dat in dertig jaar tijd 20% van de vogels in NW-Europa verdwenen was door toedoen van de mens. Een equivalent van 421 miljoen individuen, zo meldde Vogelbescherming vorig jaar. En door ander onderzoek is op de Veluwe vastgesteld dat het hier nòg slechter gaat met de vogels, als gevolg van kalkgebrek dat weer het gevolg is van teveel C0² uitstoot. De eierschalen van vogels breken daardoor vaak al in het nest, of de eieren verdrogen voortijdig en de nestjongen die het toch presteren om uit de eieren te komen, zitten soms met gebroken botjes onder de vleugels van hun ouders.
 

Vorig jaar hadden we slechts een enkel broedgeval, dat van een merelpaar. De jonge, net uitgevlogen mereltjes stierven onder mijn ogen doordat ze in de steek gelaten werden door de man merel nadat de vrouw niet meer verscheen. Wellicht door het desastreuze usutuvirus. Het was het enige broedgeval van dit jaar in onze tuin. Geen lijsters, geen heggenmusjes, geen mezennestjes. Hoe triest kan het zijn! Jaar na jaar werd in het voorjaar in onze tuin het aantal paarlustige kikkers minder en de afgelopen lente schitterden ze door afwezigheid. Ook elders in mijn omgeving werd dit fenomeen gemeld. In het bos op de Veluwe stierven afgelopen winter veel zwijnen als gevolg van voedselgebrek want bijvoeren wordt de dieren bewust onthouden, ook al vermeldt de faunawet dat het in extreme omstandigheden wel mag. De droogte leidde er weer toe dat veel zeugen in te slechte conditie aan het voortplantingsseizoen begonnen en hun biggen - als ze die al kregen - niet genoeg melk konden geven. Het was afschuwelijk dieren tegen te komen die nog net niet dood waren of al gestorven.


 Wandelaars zien de laatste tijd nauwelijks nog wilde zwijnen in mijn wandelbos Hof te Dieren aan de Oost-Veluwezoom. Het is raadselachtig wat daarvan precies de oorzaak is. In vroegere jaren zag je in lente en zomer altijd wel een rotte zwijnen met biggen lopen, tegenwoordig laten ze zich niet meer zien en het valt elke wandelaar op. Nu de jagers de vrije hand gekregen hebben jaarrond zwijnen af te schieten i.v.m. de hier nog niet aanwezige, maar wel gevreesde Afrikaanse varkenspest, zal de spoeling alleen maar dunner worden.De klimaatverandering begint nu ook haar tol te eisen, zo werd deze zomer duidelijk. Hoogveengebieden dreigen verloren te gaan door de droogte, vissen, de larven van kikkers en padden e.a. stierven massaal in droogvallende sloten en plassen. Bomen hadden het zwaar door de veel te lage grondwaterstand en vogels kwamen in de problemen doordat de regenwormen diep de grond in kropen.



Veel vlinders bleken niet bestand tegen de extreme hitte van deze zomer en stierven. Die het wel overleefden vonden geen waardplanten om hun eitjes op af te zetten omdat die verdroogd waren, hetgeen weer een negatief effect heeft op de vlinderpopulaties van volgend jaar. Weerkundigen voorspellen dat dit de norm gaat worden in ons land. Maar wat zou eigenlijk de toenemende elektromagnetische straling voor het dierenleven betekenen, of het fijnstof waaraan in ons land jaarlijks 8.000 mensen overlijden? Dat zal toch niet alleen mensen treffen!

 Waar wil ik heen met dit relaas: door de merkbare en zichtbare afname van de biodiversiteit liggen de mooie natuurfragmentjes niet langer voor het oprapen maar moet er naar gezocht worden, vaak nog zonder ze te vinden. Dat is zó ontmoedigend! Het is niet langer 5 voor 12, het lijkt al te laat voor het milieu. Heel wat jaren heb ik dit natuurdagboek met veel plezier bijgehouden en al doende ik heb er zelf ook veel van geleerd, maar het kost me steeds meer moeite het tegenwoordig te vullen zonder frequent in herhalingen te vervallen en dat lijkt me voor de lezers ook niet leuk. Ik moet me dus gaan beraden op de vraag hoe ik hier mee om moet gaan, of ik ermee moet stoppen, of misschien op een andere manier.... Voorlopig blijf ik het nog proberen, de natuur is mijn passie dus blijf dus niet geheel weg van dit dagboek.

21 december 2018




Zomer 2018

De avond begint te vallen, goed merkbaar is dat het al augustus is en we steeds een beetje verder van de langste dag verwijderd raken. Ik reken me rijk met een enorme troep mussen in de tuin die elke avond met veel vertoon van aanwezigheid een plekje zoeken in de klimop langs het huis. Ongelooflijk wat een kabaal dat al die vleugeltjes tezamen maken als ze zonder aanwijsbare reden opeens allemaal opvliegen en weer neerstrijken in de coniferen aan de andere kant van de tuin. Daarna vliegen ze vervolgens weer terug naar de klimop waarna een eindeloos geruzie en gedoe volgt eer ze allemaal een slaapplekje naar hun zin gevonden hebben. Dan wordt het doodstil, snaveltjes dicht en oogjes toe. Al een tijdje zie ik naast me in de Gelderse roos een koolmees zitten. Als de mussen eindelijk tot rust gekomen zijn zie ik hoe hij als een pijl uit een boog rechtstreeks het enige nog niet dichtgegroeide invlieggat van een mussenkast invliegt om daar te gaan slapen. Morgen de overige vliegopeningen van de kasten dan toch maar even ontdoen van de versperrende klimop.

De tuin staat er maar matig bij, veel is er verdord en sommige planten zijn geheel verdroogd. Het is geen leuk tuinjaar en 2018 zal dan ook de boeken ingaan als extreem en langdurig heet en droog. Dagelijks giet ik water bij de vlinderstruiken maar meer dan koolwitjes zie ik er niet. Slechts tweemaal deze zomer zag ik hier een dagpauwoog. Begin augustus zag ik voor het eerst twee jonge merels en in onze nestkasten werd niet gebroed. Parende kikkers waren er ook niet in het voorjaar en dat was voor het eerst in 40 jaar. Gelukkig lag het niet aan onze vijver want ik hoorde rondom mij dezelfde berichten. Voor het overige vijverleven was het een prachtig seizoen. Salamanders plantten zich er voort, heel veel verschillende libellen en juffers slopen uit, volwassen bruine kikkers sprongen vooral 's avonds in en uit het water en voor het eerst in een halve eeuw dat de vijver hier lag, verscheen er een groene kikker. Deze maakte zoveel kabaal dat mijn enthousiasme al snel verdween en door irritatie werd vervangen.


Bij elk geluid probeerde Sjors de Groene met luid gekwaak de overhand te krijgen en tijdens zachte nachten slapen met dichte ramen was een crime. Ik was dan ook blij toen Sjors opeens verdwenen leek en we wekenlang niets meer van hem hoorden. Tot hij halverwege juli zijn aanwezigheid opnieuw kenbaar maakte met gekwaak, maar nu gelukkig veel zachter dan toen hij bronstig om een vrouw riep. Als hij er volgende lente ook nog is, moet ik hem zien te verplaatsen want ik wil hem gewoon niet in de tuin.

In mijn omgeving zie ik overal verdroogd grasland, deprimerend verdorde rhododendrons, bruine beuken, kale berken, appelbomen met vruchten van het formaat kleine pruim, het is treurig. Dagelijks struint een groep kauwtjes over die brede dorre grasstroken in de straat, maar er zit nauwelijks iets eetbaars in de grond. Ik heb medelijden met de jonge kauwtjes, wat moet er van ze worden. Voor het eerst heb ik de kauwen gevoerd met insectenvoer uit de dierenwinkel. Als deze trend van hitte en droogte zich voortzet, hoe moet het dan met de natuur? Vlinders konden zich deze zomer niet voortplanten doordat hun waardplanten verdroogd waren en ze er hun eitjes niet konden afzetten. In het bos achter ons huis sterven de zwijnen van honger en dorst en de jonge dasjes door het ontbreken van insecten. De zwijnen hebben het vanaf het begin van dit jaar al zeer slecht, vele zijn verhongerd doordat er geen mast van beukennoten en eikels was, nu is het gras verdroogd, bessen verschrompeld en paddenstoelen zullen er ook niet zijn. Moeders hadden vanwege hun slechte conditie niet genoeg melk om hun biggetjes te voeden en ondertussen ging de jacht gewoon door. Zwijnen worden bijna het gehele jaar bejaagd, het is afschuwelijk. In de Rijn sterven zalmen doordat het water te warm wordt. Sloten en beken droogden op, duizenden vissen moeten zijn verdroogd, en wat moesten de ijsvogels beginnen zonder vis. Vogelaars troffen tijdens het ringen veel dode jongen in nesten aan door gebrek aan insecten, hoe moet dit allemaal verder gaan!

Nee, 2018 is geen jaar om vrolijk op terug te kijken waar het de natuur betreft. Vurig hoop ik dat degenen die rondbazuinen dat deze zomers vaak gaan voorkomen, het bij het verkeerde eind hebben. Onze generatie heeft de toekomstige al zoveel ontnomen door de wijze waarop er met natuur en milieu wordt omgegaan, wij hebben de dringende plicht daar een eind aan te maken.

7 augustus 2018