Webdesigners

Voor de ramen, in de struiken, aan de schuurdeur, overal hangen ze: de wielwebben van de kruisspin. In bos en veld is de lage begroeiing in deze tijd van het jaar versierd met ontelbare andere webben die als matjes over het struikgewas zijn uitgelegd. Vooral in de vroege ochtend, als de dauw nog niet is verdwenen en de zon aan de hemel verschijnt waardoor het licht in de dauwdruppels op de spinsels wordt weerkaatst, bieden deze webben een sprookjesachtige aanblik.

Er leven vele honderden spinnensoorten in Europa, buiten, maar ook in huis. Er is zelfs een naam voor een van deze laatste bedacht: Tenegaria domestica. Hij is het hele jaar door in huis te vinden. Hij is donker, harig en hij kan razendsnel over de grond rennen. U vindt hem vast, net als ik een engerd!
De trilspin is ook een vertrouwde huisgenoot. Ogenschijnlijk levenloos, kleurloos en stil hangt deze spin in hoekjes van badkamer of toilet te wachten tot zich een prooi aandient. Als je hem verontrust, begint ie zich als een gek in het rond te draaien. Iets dergelijks doet ook de kruisspin. Als ze in haar web hangt, (ja, het is een vrouwtje) en je maakt een hard geluid dicht bij haar, begint ze vervaarlijk met haar web te schudden. Sommige spinnen die buitenshuis leven, trekken tegen de winter de verwarmde huizen binnen. Tja , het is niet zo vreemd dat 10% van de mannen en 50% van de vrouwen bang is voor deze beestjes. Dat schijnt ooit eens te zijn uitgezocht. Toch zijn het interessante en nuttige diertjes, u merkt er niets van maar ze ontdoen huis en tuin van ontelbare ongewenste beestjes.

Hebt u een tuin, dan wonen daar wel honderden spinnen, veel verschillende ook. Misschien hebt u op een plant wel eens een spinnetje gezien dat dezelfde kleur had als de bloem waar hij op zat. Dat is de kleine kameleonspin; hij kan de kleur aannemen van zijn omgeving waardoor hij voor zijn prooien minder opvalt. Op muren leeft de zebraspin – een springspin -  met kleine sprongetjes spurt hij heen en weer en met een spindraadje verankert hij zich aan de ondergrond. Met een enkele sprong kan hij wel 10 keer zijn eigen afmeting overbruggen!
Een spin die als gevolg van het opwarmende klimaat steeds vaker te zien is in ons land is de tijger- of wespspin. Een mooi diertje met fel gele strepen. Heel herkenbaar door de brede zigzagstreep waarmee het web begint. Wat de functie van die zigzagverdikking is, heeft men nog niet kunnen ontdekken.
Er is ook een spin die in het water leeft: de waterspin. In die natte wereld kan hij niet ademen. Daarom haalt hij van boven het water telkens een zuurstofbelletje op, neemt dat mee onder water en bouwt daarmee een duikersklok waarin hij het een tijd kan volhouden en kan ademen zonder naar het wateroppervlak te gaan. Intussen jaagt hij op kleine waterdiertjes.

De kruisspinnen die we nu overal zien, zijn volwassen vrouwtjes die in hun web hangen. Altijd met de kop naar beneden. Binnenkort gaan ze eieren leggen, daarna zit hun taak en hun leven erop. De eitjes worden in pakketjes afgezet op hekken, gaas, in struiken. Ze zijn in drie soorten spinrag verpakt zodat ze veilig kunnen overleven tot de volgende lente. Als ze uitkomen, blijven ze ruim een week bij elkaar en leven van het reservevoedsel in hun achterlijfjes. Als dat op is, moeten ze snel op pad om voor zichzelf te gaan zorgen. Ze klimmen naar een hoog punt, spinnen een draad en laten zich meevoeren door de wind naar een andere plek waar ze een eigen leven beginnen.

Het meest bijzondere aan spinnen is wel hun vermogen om vanuit hun spintepels draden te spinnen. Alle spinnen kunnen dat, al maakt niet elke spin een web. En àls ze al tot spinnen overgaan dan doen ze dat op de meest uiteenlopende manieren. De ene spin volstaat met een struikeldraad, de andere weeft een vangmatje of vervaardigt een trechter. Weer een andere maakt het meest ingenieuze: het wielweb. Dat doet o.a. de kruisspin.
Van spinrag worden ook matjes gemaakt waarop het mannetje zijn sperma deponeert alvorens het bij het vrouwtje te brengen. Spinnen hebben een indirecte voortplanting. Die is niet aan een bepaalde tijd gebonden. Ziet u in de herfst opeens grote spinnen door het huis rennen, dan zijn die op vrijersvoeten. Kunt u ze niet op tijd vangen? Geen probleem, binnenkort leggen ze het loodje, voor de winter gaat zo’n spin dood. Een enkele spin maar wordt wat ouder, de oeverspin die in de planten rondom het water leven, kan twee jaar oud worden.



Prooidieren die in een web vliegen worden via een signaaldraad waargenomen en vliegensvlug ingesponnen zodat ze als voorraadje kunnen dienen als de spin honger krijgt. Een spin kan niet bijten of kauwen en spuit een stof in het prooidier dat het slachtoffer van binnen helemaal oplost, zodat de spin het kan opzuigen. Prooien worden op allerlei manieren gevangen: in een trechter, met behulp van een struikeldraad of een vangnet. De variatie is enorm.
De sterkte van het spinrag is ongeëvenaard en het sterkste natuurlijke materiaal op aarde. Het sterkste draad dat door mensen gemaakt is, benadert nog niet de sterkte van de draden die spinnen maken. Het is dunner dan een mensenhaar en sterker dan staaldraad. Een spin mengt 7 verschillende vloeistoffen die samen zó taai zijn dat het 30% kan uitrekken. Behalve voor het maken van een web worden de draden gebruikt voor vele andere doeleinden. De eieren worden er in verpakt, zodat ze de zwaarste nachtvorsten kunnen doorstaan, de spinnen laten zich er op de wind door vervoeren naar andere plekken, ze kunnen zo wel tot 1000 meter hoogte komen. In de lente maar ook in de herfst zie je dit verschijnsel alom; in het bos loop je nu voortdurend tegen de bedauwde “herfstdraden” aan die overal aan de takken hangen.
Een kruisspin kan haar web in een paar minuten bouwen, andere spinnen doen er soms veel langer over. Als het web beschadigd is geraakt, worden er in de vroege uren reparaties uitgevoerd. Het kapotte draadwerk word gerecycled: de spin eet het op.

Veel spinnen zijn zorgzame moeders. De gerande oeverspin maakt een eicocon en draagt die in haar kaken mee. Tegen de tijd dat de spinneneitjes uitkomen, hangt ze de cocon op tussen bladeren en stengels en bewaakt haar jongen tot die groot genoeg zijn om uit te zwermen. De wolfsspin draagt haar jongen mee op haar lijf, de kogelspin vangt zelfs in het begin een prooi voor haar kroost. Aan grashalmen in het bos kunt u soms een feeënlampje vinden. Een smetteloos wit koepeltje waarin een 50tal  spinneneitjes verstopt liggen.

Overwin uw angst en vang eens een spin in een loeppotje. Als u hem  goed bekijkt, zult u versteld staan, al was het alleen maar vanwege al die ogen…..



1 opmerking:

Marie-Louise zei

Ik zou bijna van spinnen gaan houden als ik dit lees....., maar ik vind het zulke ENGERDS !!!

Een reactie plaatsen