Mierenhoop

Langs het paadje waar een mooie grote mierenhoop ligt - pal op de zon om zo lang mogelijk van de warmte gebruik te kunnen maken - loopt een gezin. Vader, moeder en drie kinderen in de leeftijd van naar schatting zeven tot elf jaar.

Terwijl de ouders toekijken, staan de kinderen met een stok in de mierenhoop te peuren. Ik erger me dood, zal ik er wat van zeggen?
Terwijl ik ze passeer, houd ik de pas in en vraag aan de kinderen of ze wel weten wat ze hier aan het verwoesten zijn. De ouders staan me met een vreemde blik aan te kijken. “Een mierenhoop”, zegt een van de kinderen, “mieren zijn rotbeesten, ze bijten”. Ik loop wat dichter naar de mierenhoop en nodig de kinderen uit om eens goed te kijken wat hier allemaal ligt: duizenden sparrennaaldjes en evenzoveel stukjes schors. Die hebben de mieren allemaal stuk voor stuk hierheen gebracht, vertel ik de kinderen. Moet je je eens voorstellen wat een gigantisch werk dat was om deze mierenhoop te bouwen! De kinderen zwijgen. En weet je wat onder in de mierenhoop zit, vraag ik. Ze weten het niet. Daar woont de mierenkoningin, zij legt een heleboel eitjes waar nieuwe mieren uitkomen en die worden verzorgd door speciale mieren die je kinderverzorgsters zou kunnen noemen. Ik zie dat de interesse bij de kinderen gewekt is en ook pa en ma staan te luisteren. Er wonen hier ook soldaten, vertel ik. Die soldaten verdedigen het nest tegen indringers die de eieren en jonge miertjes willen stelen. Mieren kunnen enorm goed vechten! En ze kunnen ook mierenzuur spuiten, voel maar met je handjes. Ik pak een van de handjes van de jongens, houd ze vlak boven het nest en plaag de mieren wat met een takje. Oei, zegt hij, ik voel het!! Weet je wie er graag op een mierennest gaat zitten? Dat is de groene specht. Hij spreidt zijn vleugels en laten de mieren zuur spuiten onder zijn veren. Dat vindt hij fijn. Goh, zegt het oudste kind, dat wist ik niet. Wist jij dat mamma? Zij wist het ook niet. Kijk, zeg ik tegen het jochie, omdat je het niet wist, ging je de mierenhoop kapot maken. Ga je daar nu mee door, als ik weg ben gelopen, vraag ik hem. Neeeee, zegt hij, ik vindt het hartstikke knap van die mieren. Ik zal ze nooit meer pesten, dat vind ik zielig! Goed zo, zeg ik tegen hem, zo zie je maar weer dat je nooit dingen moet vernielen in het bos!

Ik knik de ouders gedag, groet de kinderen en vervolg mijn weg.
Onderweg bedenk ik me dat ik het weer eens niet kon laten de bemoeial te spelen, maar ja, als het een functie heeft, mag het. Ja toch?

(Eerder gepubliceerd op website Trouw)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen