Voortplantingstechnieken


Toen ik deze week bezig was in mijn volkstuin, besloot ik een oude dunne bodywarmer die daar hing, aan te trekken omdat het toch nog wat fris was en het met een jas aan niet lekker werkt. Ik pakte het kledingstuk van de haak en zag meteen dat ik een hele familie kleurige wantsen verstoorde. Die hadden daar vast de winter doorgebracht.  Er zat ook een larve van een of ander insect op de bodywarmer. Veilig ingepakt in een spinselnest dat natuurlijk meteen beschadigd werd toen ik de bodywarmer pakte. Terwijl ik er naar stond te kijken, bedacht ik me dat de natuur in vele opzichten superieur is aan de mens. Neem nu deze insectenwieg. 


Menselijke bevruchte eitjes zijn niet in staat om zich zelfstandig te ontwikkelen op de weg van eitje tot levensvatbaar mens. Menselijke zoogdieren hebben een moederlijf nodig  voor de ontwikkeling naar een bestaan buiten dat lijf. Niet alleen voor bescherming maar ook vanwege de aan- en afvoer van voeding- en zuurstoffen en de afvoer van ongewenste stoffen. Maar wat gaat daar niet aan vooraf: eerst moeten de vrouwtjes langdurig en kritisch op zoek naar een geschikte partner met wie ze samen het jong kunnen grootbrengen en er wordt veel van deze relaties geëist. Geen toevallig voorbijkomend kereltje dus, zoals bij veel dieren, maar iemand die lang bij het vrouwtje wil blijven om het jong zo goed mogelijk te kunnen verzorgen. Tijdens de ontwikkeling van het jong, moet de moeder goed oppassen wat ze eet, ze moet vooral niet te zwaar worden, geen hoge bloeddruk krijgen en ze moet regelmatig worden gecontroleerd. Wordt het jong gebaard dan komt daar heel wat bij kijken en worden er meteen slangetjes in diens neusje gestopt en krijgt hij een pets op zijn gat als hij niet meteen gaat brullen.

 Een insect daarentegen legt een eitje en vaak wordt dit gewoon ergens achtergelaten Daar ontwikkelt het zich met wat het in huis heeft: een genetisch pakketje en een beetje voedsel  binnen in het ei. Daar moeten ze het maar mee redden. Sommige insecten voorzien hun eitjes van beschermend spinsel, krijgen antivries mee tegen de vorst, of worden in bladeren of in boomschors gelegd om de veiligheid te vergroten. In de natuur worden vele manieren gebruikt om het broed te beschermen. De spin verpakt haar eitjes in een speciaal daarvoor geweven spinnennestje. Een soort cocon waarbinnen de eitjes de winter overleven tot ze in het voorjaar beginnen aan hun ontwikkeling met de voorraad levenselixer die in elk eitje aanwezig is. De kraamwebspin echter, plakt haar eitjes op haar lijf en draagt ze met zich mee tot ze uitkomen. Er zijn meer insecten die dat doen.  Maar ook de vroedmeesterpad. De kleine watersalamander legt haar eitje in een blad van een waterplant en plakt dit ter bescherming dicht en de kikker verstopt haar eitjes in een klont dril.
Schildpad en krokodil zijn dieren die hun eieren begraven in een kuil en er zand over doen zodat ze daar door de zonnewarmte worden uitgebroed. De schildpad kijkt er niet meer naar om maar de krokodil hoort wanneer haar kinderen geboren worden. Die maken geluidjes waar de moeder op afkomt waarna ze de baby’s helpt het water te bereiken door ze voorzichtig in haar bek te nemen en naar de zee te dragen. Moeder Krok blijft ze nog maanden bewaken. Van bevruchting tot geboorte zijn in de natuur onnoemelijk veel mogelijkheden.

Vrouwelijke mensenzoogdieren zien doorgaans erg op tegen het daadwerkelijk ter wereld brengen van hun jongen. Dat gaat met pijn en moeite gepaard en is beslist geen lolletje. Ook dit hebben veel dieren beter geregeld. Moeder zeepaardje wil best zwanger worden maar niet de last ervan op zich nemen. Daarom heeft haar man een broedbuidel op zijn lijfje. Zij gaat op een gegeven moment dicht tegen hem aan staan en hevelt haar eitjes over van haar buik naar de zijne waarna pa ze bij zich houdt tot de jonge zeepaardjes geboren en zelfstandig zijn. De Australische miereneter kan haar buik vormen tot een huidplooi waarin ze haar ei stopt. Melkklieren heeft dit dier niet, haar melk zweet ze uit via twee tepels in de melkvelden. Daaraan zuigt het uitgekomen jong zich vast om verder te groeien. Krijgt baby mierenegel stekeltjes, dan wordt het meteen verbannen uit de buidel. Iets dergelijks gebeurt ook bij het Vogelbekdier, het enige zoogdier dat jongen voortbrengt in een eischaal.

Wat natuurlijk ook heel handig is, is paren op het moment dat het mannelijk dier nog in topvorm verkeert om vervolgens het te kind baren in een periode waarin de daarop volgende winter voorbij is en het weer volop zomer is. Op die manier wordt de succesvolle ontwikkeling van de nieuwgeborene aanzienlijk vergroot. Na de paring blijft het bevruchte ei in rust en pas in het voorjaar gaat het zich ontwikkelen. Dit gebeurt onder andere bij Ree en Das maar ook bij de Hommelkoningin.

Tot slot hebben we nog de sluipwespvrouw, bijna het meest geëmancipeerde insect op aarde. De vrouwtjes sluipwesp draagt een bacteriecultuur bij zich die de wesp zodanig manipuleert dat ze  nakomelingen kan voortbrengen zonder dat er een vent aan te pas komt. Wij mensen beschouwen onszelf  als superieur aan de dieren vanwege ons vermogen uitvoerig en tot in detail te kunnen communiceren, te denken en te redeneren. Nou is dat ook niet altijd een succes maar dat laten we maar even in het midden. Wie echter in de gaten heeft wat er op het gebied van paring, zwangerschap en geboorte in de dierenwereld gebeurt, doet er vanzelf het zwijgen toe!



2 opmerkingen:

Fred Kuyper, Noordwijk zei

Wat een leuke dingen om te lezen! De meeste wist ik niet. Indrukwekkend inderdaad, al die mogelijkheden.

Bertus zei

zag pas op tv hoe een soort marterachtige dieren na de paring nog 10 uren aan elkaar vast blijven zitten; ze kunnen niet uit elkaar. Toch ook geen lolletje, zou ik zo zeggen.

Een reactie plaatsen