Door de ogen van een kind

“Oma, kom eens gauw, de kikkers zijn aan ’t vechten!!”
Ik loop met mijn kleinzoon mee naar de vijver en daar is nu even niets te zien want door onze nadering gealarmeerd, zijn alle kikkers ondergedoken. “Ze zijn verdrònken”, roept hij ongerust.
Door de ogen van een vierjarige ziet de wereld er heel wat anders uit dan door de ogen van een volwassene. Maar daar kunnen we wat aan doen.
“Lieverd, die kikkers vechten niet en ze zijn ook niet verdronken, ik zal je vertellen hoe het wèl is.
Die kikkers zijn verliefd”. Wat verliefd is, weet hij wel. Dat zag hij al in zijn favoriete tekenfilm Bambi, waar een uil helemaal “over de rooie”  gaat door het amoureuze gedrag van de vogeltjes om hem heen. Verliefd zijn betekent voor hem: elkaar heel lief vinden en daarom samen willen knuffelen.
Als we een poosje stilzitten, komen de kikkers weer een voor een boven water en hervatten hun liefdesspel. Het is een geknor en geplons van heb ik jou daar en m’n kleinkind zit vol verbazing te kijken hoe de kikkers elkaar achterna zitten en bespringen. Hij kan het nauwelijks bevatten dat die rare blazen onder hun kelen dat geluid voortbrengen. Hij is niet bij de vijver weg te slaan! Van tijd tot tijd gaat er een kikker op de wallekant zitten om even bij te komen van de woest orgie, om zich korte tijd later weer met een ferme sprong in het strijdgewoel te werpen.
Terwijl we zo samen zitten te kijken, valt mijn oog op een stel kikkers die bijna bewegingloos ronddrijven. Een vrouwtje is gepakt door een man die nu op haar rug zit en zijn voorpoten stevig om haar heen heeft geslagen. Een andere man had óók zin in haar, en omhelst haar aan de buikzijde. Beide mannen zijn niet van plan voor elkaar het veld te ruimen en de arme vrouwtjeskikker heeft het Spaans benauwd. Ze wordt volledig gesandwiched en probeert wanhopig door het slaan van haar achterpoten de kerels van zich af te schudden. Ze kan geen kant op en drijft hulpeloos en bewegingloos tussen hen ingeklemd. Haar voorpootjes steken recht omhoog en de naar de hemel reikende vingertjes zien er heel dramatisch uit. Precies op het moment dat mijn kleinzoon hen ontwaart, zakt het trio langzaam onder water. Gelukkig maar, hoe moet ik dat nou weer uitleggen….

Het begint heel zachtjes te regenen en ik lok hem mee naar binnen en beloof hem voor te lezen uit een kikkerboek. (Oma heeft onderhand een hele kinderbibliotheek over bloemen en beestjes in huis en met de biologie-opvoeding van dit jochie kan het bijna niet meer misgaan…) Uit een alleraardigst boekje vol aansprekende plaatjes lees ik voor over wat zich bij de voortplanting in de kikkerwereld afspeelt. “Nòg een keer”, zegt hij, als het boekje uit is. En als we het wederom samen bekeken hebben, zegt hij weer: “nòg een keer”. Het is een materie die hem mateloos boeit.

Hij wil aan het einde van de dag niet naar huis. “Ik heb hier al heel lang niet geslapen”, zegt hij. En dat is ook zo, opa en oma houden de boot wel eens af want met zo’n ventje om je heen kom je aan je eigen zaken niet toe terwijl dat soms toch echt moet gebeuren. Vanavond mag hij blijven slapen en als ik hem heb ingestopt, volgt het traditionele “verhaaltje vertellen”. Dat begint bij mij meestal met: er was er eens een jongetje. Dan volgt meestal een verhaal waarin hij zichzelf herkent. Vanavond vertel ik het verhaal van een jongetje dat een spannende ontdekking doet bij de vijver van zijn oma. Met een luisterblik in zijn mooie bruine ogen ligt hij me aan te kijken. “Mag ik morgen als ik wakker wordt bij je in bed komen?” vraagt hij na de laatste welterustenknuffel. “Da’s goed, je komt maar”, zeg ik.
Als het nog maar net licht begint te worden, gaat heel zachtjes de deur van zijn kamer open en zie ik hem staan, een grijs knuffelkonijn in zijn armen. “Kom maar”, wenk ik, en hij kruipt vergenoegd naast me onder de dekens. “Slapen hoor, het is nog nacht”, fluister ik hem toe. Een poosje is het stil, dan zegt hij op luide “fluistertoon”: “oma, hoor je de kikkers? Ik kan ze hier horen!’”

De volgende ochtend wil hij meteen weer naar buiten, naar de vijver. Daar ligt inmiddels een grote klont kikkerdril. “Nèt als in het boekje”, juicht hij enthousiast. Hij weet nu dat er kleine kikkertjes gaan groeien en dat die eerst dikkopjes worden. “Juf Tanya krijgt ook een baby”, zegt hij, “maar die groeit in haar buik”. Kinderen doen niet moeilijk en nemen de feiten voor lief zoals zich die aan hen voordoen. Wat een heerlijke fase in een mensenleven!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen