Boter aan de galg!

De kleinkinderen worden angstaanjagend snel groter! En ik word dus angstaanjagend snel ouder. Beide zijn niet leuk, het gaat gewoon te snel. Een boswandeling is niet meer wat het geweest is. De nazaten komen nu in het stadium dat ze meer interesse voor andere dingen krijgen. Ze worden ook kritischer, gekneed door het leven. Namen ze eerder alles voor zoete koek van mij aan en prezen ze mij bij hun vriendjes en juffen vanwege mijn kennis der natuur, nu luisteren de beide oudsten vriendelijk en welwillend naar mijn verhalen en buigen zich dan weer over hun geavanceerde mobieltjes, terwijl de jongste twee alles aanpakken om te keten.
Zo ging ik met het laatstgenoemde duo het bos in, op zoek naar paddestoelen. In een poging de zaken wat gestructureerder aan te pakken, namen we een boekje mee met namen en afbeeldingen. 

De aardappelbovisten vonden ze rare dingen, geen echte paddestoelen, was het commentaar. Maar je kon er wel leuk mee voetballen! Dat verhaal over sporen die stuiven en uit het kleine gaatje  de lucht in geblazen worden, lapten ze aan hun laars. De Vliegenzwam ontlokte een luidkeels en enigszins baldadig gezongen lied over kabouter Spillebeen. Het Judasoor vonden ze bar interessant, het voelde zo merkwaardig aan en het vertoonde echte aderen.  Het Judasoor was “cool” volgens de jongens. We vonden een Parasolzwam en ik opperde dat de heren nu zelf eens moesten proberen uit te vinden wat hier stond. Nou, toen was het hek van de dam! 


Vezelkop! Wie noemt een paddestoel nou vezelkop! Gordijnzwam, wàt een naam! Ik probeerde nog uit te leggen wat die naam wilde zeggen maar het was boter aan de galg gesmeerd! We kwamen de Stinkzwam tegen: gieren van het lachen! Als je voortaan klierig bent, noem ik je  vervelende stinkzwam, riep de een tegen de ander. Waarop de ander het boekje pakte en weer iets moois vond waar ze ontzettend om moesten lachen: Slijmerige blekerik. Oma, stinkt die soms ook, vroeg de een. Ik wist het niet, ik had hem nooit gezien. Maar het was wel het antwoord op de Stinkzwam en een prachtig nieuw scheldwoord!

Ik gaf het op, liet ze dollen en liep er maar wat achteraan. We kwamen iemand tegen wiens kinderen bij de onze in de klas hadden gezeten. Zij had net als ik een aantal kleinkinderen en had zich altijd in dienst gesteld als oppas voor een paar dagen per week. Ze vertelde dat haar zoon uit een nieuwe verbintenis met een leuke vrouw een eerste kindje had gekregen. Twee maanden oud was het nu en ze vond het heerlijk om weer oppasmoeder te zijn! Stikjaloers was ik; oppassen op zo’n lief klein hummeltje waar je mee kon knuffelen, aan kon ruiken, mee kon tutten, en die je over een poosje weer van alles wijs kon maken, waar je je liefde voor de natuur weer op kon botvieren! 

Er schoten me opeens de eerste regels van een door de Australische schrijver Henry Lawson geschreven gedicht te binnen: “time too quickly passes, and we are growing old. So let us fill our glasses and toast the Days of Gold”. (Lawson schrijft over night waar ik zo vrij ben er time van te maken). Ik wil echter niet in het verleden leven al wordt zo langzamerhand het aantal herinneringen aanzienlijk groter dan de toekomstdromen.  Maar nog eenmaal de grootmoeder te zijn van zo’n kneedbaar klein kindje, ach wat zou ik dat toch leuk vinden….
Ondertussen zijn we weer bij de uitgang van het bos beland. Er werden stokken gezocht en in de waterplassen gegooid, in bomen geklommen, eikels verzameld en in jaszakken gestopt, oma’s natuurkennis genegeerd en we hadden desondanks een leuke wandeling gemaakt, vonden de jongens! Ook al groeien ze in een razend tempo groter, ik vind ze nog steeds heerlijke, en gelukkig ook nog altijd knuffelbare knulletjes. Dan maar geen natuur!



1 opmerking:

Ook een oma zei

Wat een heerlijk en herkenbaar verhaal! Als oma zie je in je leven twee generaties kinderen voorbij snellen.
Ik geniet van deze verhalen!

Een reactie plaatsen